Dordrecht & Design

De 22ste Dordtse Boekenmarkt staat dit jaar in het teken van ‘design’.

Met een kleine variatie op het werk van dichter J.C. Bloem (1887-1966) zou je kunnen somberen: ‘En dan, wat is design in deze stad?’. Maar als je beseft dat dit in gewoon Nederlands vormgeving wordt genoemd, blijkt die somberte misplaatst en beschikt de stad Dordrecht ineens over een overvloed aan ‘design’. Wat te denken van tassen van gerecyclede paraplu’s, vrolijk stemmende tafels, wereldse kussens, sieraden in de vorm van een tulp tot en met fonkelnieuwe lettertypen en kantelstoelen?

De geschiedenis van het Dordtse ‘design’ werd aanvankelijk bepaald door grote, lokale industriële bedrijven als Penn & Bauduin, en Jooren met hun manshoge, wervelende scheepsschroeven en de firma Lips met zijn deurkrukken en brandkasten, de meest degelijke wereldwijd. En dan was er tussen 1923 tot 1982 de firma Tomado – wat stond voor Van der Togt’s Massa-artikelen Dordrecht. Decennia lang waren Nederlandse huisvrouwen in de ban van Tomado’s mandjes, flessendragers, hangertjes en afdruiprekjes van metaaldraad. Hele Nederlandse generaties zijn met hun vindingen grootgebracht. Lang voordat het woord ‘fooddesign’ bestond, leverde het Dordtse bedrijfsleven al een bijdrage aan de vormgeving en beleving van eten en drinken. De ontwerpers van de chocolade- en biscuitfabriek Victoria in de zuidelijke schil van de stad bedachten de chocoladekoekjes Chokwi en de Sneeuwwitje chocolade, die door bezorgers per bakfiets aan huis konden worden afgeleverd. De term ‘fooddesign’ is ook van toepassing op het van oorsprong familiebedrijf Rutte dat al sinds 1872 innovatieve recepturen voor likeuren componeert. Een enkele keer waagden ook kleine Dordtse ondernemers zich aan vormgeving. Drie voorbeelden uit de oude doos: de firma H. Stumpel in kantoorbenodigdheden, gevestigd op de hoek van de Steegoversloot en de Voorstraat, produceerde in de jaren dertig van de twintigste eeuw kantoormeubelen naar eigen ontwerp, waaronder een fascinerend, vierkant meermansbureau, dat ook nu nog de aandacht zou trekken.

Zoals iedere stad telde Dordrecht vanaf begin twintigste eeuw meerdere individuele ontwerpers, vaak eenmansbedrijven; één lange stoet van oorspronkelijke geesten, dwarsliggers en excentriekelingen en later ook kunstenaars die zich, soms schoorvoetend, op het terrein  an de industriële vormgeving begaven. Als vroeg voorbeeld van typisch Dordts ‘design’ schiet mij de naam te binnen van ontwerper Sieger Stoel, die in 1906 zijn naam eer aandeed en een Spartaanse en voor die tijd uiterst moderne eetkamerstoel – zonder fratsen - fabriceerde. Tussen 1919 tot 1957 ontwierp en vervaardigde glazenier Toon Berg, die zijn atelier had in de Dolhuisstraat, wonderschone glas-in-lood-ramen voor woningen en openbare gebouwen, die tot het beste behoren wat in Nederland op dat vakgebied werd gepresteerd.

In de twintigste eeuw speelde het ‘design’ vooral een belangrijke rol in de openbare ruimte van de zich vernieuwende stad Dordrecht. Gelet op de keuze van de ontwerpers, had de gemeente destijds weinig fiducie in hun Dordtse collega’s. Fraaie voorbeelden van vormgeving in de openbare ruimte zijn de bank voor oudgemeentearchivaris Overvoorde in de wijk Bleijenhoek naar ontwerp van architect Carel Weeber, met daarop de plaquette van Christine Nijland; de straatbank van Victor Mani uit hout en beton, waarin zijn voorliefde voor dukdalven en bolders doorklinkt; en het typografische ontwerp van David Kindersley voor de iconische tekst van stadsdichter Jan Eijkelboom: ‘Wat blijft komt nooit terug’ op het Damiatebolwerk.

Over het algemeen vallen Dordtse ontwerpers en ontwerpen op door hun nuchterheid. Er was één persoon die deze Dordtse nuchterheid in de jaren veertig van de twintigste eeuw op brute wijze durfde te verstoren, maar die kwam dan ook uit Rotterdam: architect Sybold van Ravesteyn. Hij introduceerde in de stad Dordrecht zijn verleidelijke krullen aan tafelpoten en fauteuils, in een kantoorgebouw en in de lokale schouwburg Kunstmin. Het zij hem vergeven; zijn werk is intussen in de stad in genade aangenomen.

Kees Rouw

kunstrondje dordt
gemeentedordrdrecht
voorstraat noord